Het brandalarm gaat af, maar niemand beweegt. Collega's kijken elkaar even aan, halen hun schouders op en typen verder. "Ach, dat piept altijd." Herkenbaar? Dan heb je te maken met alarmmoeheid. Een verschijnsel dat gevaarlijker is dan het lijkt. In deze blog vertelt Leander Veerman, accountmanager bij Pneuman, hoe alarmmoeheid ontstaat en welke praktische stappen je neemt om de alertheid in je gebouw te herstellen.
Alarmmoeheid ontstaat wanneer personeel zo vaak te maken krijgt met onterechte meldingen dat ze stoppen met reageren. En de oorzaken zijn vaak heel verklaarbaar. Bij een ziekenhuis zorgen stoomdouches voor het steriliseren van apparatuur bijvoorbeeld regelmatig voor onterechte meldingen. Bij distributiecentra kan een melder reageren op uitlaatgassen van een vrachtwagen die precies onder de detector staat. En bij alle soorten gebouwen kunnen mensen precies onder een melder hun vaste rookplaats hebben.
Al die meldingen zijn technisch verklaarbaar. Maar voor het personeel op de werkvloer voelen ze als een onterecht alarm. En daar zit het probleem. "Ohh… Dat paneel maakt constant geluid, wij reageren er niet meer op," hoorde ik letterlijk bij een klant. De reactietijd zakt naar nul. En als er dan echt brand uitbreekt, grijpt niemand in.
Alarmmoeheid is niet altijd zichtbaar, maar er zijn signalen. Reageert personeel steeds trager op meldingen? Worden bepaalde meldingen vaker genegeerd? Hoor je regelmatig "het zal wel weer niets zijn"? Dan is het tijd om actie te ondernemen.
De reflex is vaak: zet dat geluid uit. Maar dat lost niks op. Permanent uitschakelen van de zoemer van het brandweerpaneel of de brandmeldcentrale (BMC) mag simpelweg niet. Terechte alarmen moeten volgens de norm altijd een visueel en akoestisch signaal geven. Wat wel helpt: analyseer samen met je installateur waar de meldingen vandaan komen en maak een verbeterplan.
Door vooralarmen weer te geven kan het aantal onterechte meldingen sterk worden teruggedrongen. Melders kunnen worden ingesteld om een melding aan de BMC te geven als er een alarm dreigt, maar nog niet aan de voorwaarden is voldaan. Dit vooralarm is op een digitaal brandmeldpaneel ook duidelijk weer te geven. Voordat de brandweer uitrukt kan de eigen beheerder of BHV'er dan zelf kijken of het om een loos alarm gaat.
Tijdens onderhoud of testen gaat het alarm constant af. Logisch, maar voor receptiepersoneel enorm irritant. Een digitaal paneel biedt de optie om de zoemer tijdelijk uit te schakelen. Niet permanent, maar lang genoeg om de test af te ronden. Daarna wordt de zoemerfunctie automatisch weer actief. Zo voorkom je dat mensen het geluid gaan negeren.
Een brandmeldsysteem attendeert mensen op gevaar. Maar als niemand meer reageert, werkt geen enkel systeem. Door onterechte meldingen te verminderen, vooralarmen slim in te zetten en informatie duidelijker te maken, blijft je team alert wanneer het echt nodig is.
Wil je weten of jouw brandmeldpaneel geschikt is voor vooralarmen of tijdelijke zoemeronderdrukking? Neem contact op voor een vrijblijvend gesprek.